Besloten ruimte betreden: waarom gasmeten vóór én tijdens het werk

Een tank, put, kruipruimte of leiding ziet er van buiten vaak onschuldig uit. Binnen kan de lucht echter te weinig zuurstof bevatten, explosief zijn of giftige gassen bevatten die je niet ruikt. Daarom geldt bij besloten ruimten: eerst meten, dan pas betreden, en blijven meten zolang er iemand binnen is.
Waarom één meting vooraf niet genoeg is
De omstandigheden in een besloten ruimte veranderen tijdens het werk. Lassen, reinigen met oplosmiddelen of het openen van een leiding kan binnen enkele minuten een andere atmosfeer opleveren dan bij de start. Een ruimte die om acht uur veilig was, is dat om tien uur niet vanzelf nog.
Wat wordt er gemeten?
Normale buitenlucht bevat ongeveer 21 procent zuurstof; daar mag het gehalte niet te ver van afwijken. Daarnaast wordt gemeten op explosiegevaar (LEL, de onderste explosiegrens) en op toxische gassen zoals zwavelwaterstof (H2S) of koolmonoxide, afhankelijk van het werk en de omgeving.
De rol van de gasmetrist en de mangatwacht
De gasmetrist voert de metingen uit, registreert de waarden en geeft de ruimte vrij. De mangatwacht staat bij de opening, houdt contact met de mensen binnen en slaat alarm als dat nodig is. Beide rollen horen bij de werkvergunning en mogen niet worden overgeslagen, ook niet bij een klus van een halfuur.
Onze gasmetristen en stralingsdeskundigen worden ingezet bij onderhoud, reiniging en shutdowns. Lees meer over stralingsdeskundige en gasmetingen.


